Sfeerverslag zondag 9 juni

Onze Delft Fringe Festival reporter bezocht op zondag 9 juni een mooi pallet aan voorstellingen. De voorstellingen van Elky Rosa Gerritsen, Liedjes met Carolien en Marie-Christine, Bart Huijser, Hireth en FEE.

Geschreven door Marie-Jet Eckebus.

Elky Rosa Gerritsen met ‘twelfht night, OR WHAT YOU WILL’

Het is goed dat De Sigarenfabriek is aangegeven met een fuchsiaroze Fringe vlag, want wie hier nooit geweest is, loopt er gemakkelijk aan voorbij. Aan het eind van een smal steegje ligt als verrassing een binnenpleintje waar het fijn toeven is. Taart, cake, dadels, sap en water met munt en sinaasappel staan voor ons klaar.

Een jonge vrouw kondigt aan dat de voorstelling gaat beginnen. Het is de essentie van Shakespeares ‘Twelfth night, Or what you will’, in dansvorm. In het gebouw bestijgen we een trap. Bij binnenkomst is de zaal donker. Op de grond ligt iets met een hobbelige structuur. Later, wanneer het lichter is op het podium, blijkt het een zee aan stropdassen te zijn.

Een vrouw staat met haar rug naar het publiek gekeerd. Ze wordt afwisselend door blauw en wit licht beschenen. We horen wonderlijke muziek. Lange tijd gebeurt er weinig. De vrouw begint deinend te bewegen. Haar bewegingen worden losser, maar ze blijft op één plek. Dan komt er plotseling een explosie aan heftige, woeste bewegingen. De danseres eindigt op de grond, tussen de stropdassen. Het is stil.

Wanneer de muziek weer opkomt, begint zij met de stropdassen te spelen. Ze wikkelt zich erin. Ze rolt en wentelt zich erin, totdat de stropdassen haar in haar beweging beperken. Dan bevrijdt ze zich en spreekt enkele zinnen uit het toneelstuk, waarop de dans gebaseerd is.

Ik geloof dat ik van tevoren mij Shakespeare had moeten bijspijkeren, want de link met ‘Twelfth night’ is mij niet duidelijk. Ook de symboliek van de stropdassen ontgaat mij. Achteraf spreek ik met iemand van het gezelschap. Zij legt uit dat de stropdassen voor ‘mannelijkheid’ staan. In ‘Twelfth night’ doet de hoofdrolspeelster zich voor als man. Uiteindelijk wordt zij weer zichzelf.

Bij een abstracte voorstelling blijft altijd de vraag: in hoeverre moet alles duidelijk zijn voor het publiek? Vaak is het wel prettig om de fantasie van mensen te prikkelen. Voor mij bleef dit toch té vaag.

Liedjes met Carolien en Marie-Christine met ‘De avonturen van Rosalinde’

Ook als je géén kinderen van rond de vier bij je hebt, is het soms heerlijk om naar een familievoorstelling te gaan. Al is het alleen al om de reacties van de kinderen te horen.

In het Rietveld Theater voeren Carolien en Marie-Christine ons mee naar het Sprookjesbos. Het hele bos is met bloemen versierd voor het midzomerfeest. Maar… dan komt er een draak die alle bloemen plukt. Nu kan het feest niet doorgaan.

Elfje Rosalinde is er verdrietig van. “Hoe krijgen we Rosalinde weer vrolijk?” vraagt vertelster Carolien. “Een mop!” roept een jochie. Hij weet er wel één: “Twee konijnen lopen door het bos. Zegt het ene konijn: Hallo. Zegt het andere konijn: Ik ben dood.”

Hoe moet het nu met die draak? “Doodmaken!” roept een meisje. Gelukkig heeft het jongetje-van-de-konijnenmop een zachtaardigere oplossing: “Hij mag ook op het feestje komen”.

Dat gebeurt dan ook. De draak wordt uitgenodigd, op voorwaarde dat hij de bloemen terug geeft. Zo kan er toch feest gevierd worden in het Sprookjesbos en daar moet op gezongen worden!

‘De avonturen van Rosalinde’ is een positieve voorstelling, waarin op niet-belerende wijze klassieke muziek verwerkt is. Marie-Christine speelt piano, dwarsfluit en zelfs doedelzak. Carolien beschikt over een prettige sopraanstem. Fijn om te merken dat kinderen voor deze muziek en voor een lief verhaaltje open staan.

Bart Huijser met ‘Oranje’

Voordat we de zaal van het Rietveld Theater binnen gaan, komt Bart naar ons toe. Hij heeft een mobieltje aan het oor en beschrijft wat hij ziet: “Ik zie nu zes mensen voor mij staan. We staan in een gang. De mensen kijken mij een beetje verwachtingsvol aan.” 

We krijgen een oranje shirt aangereikt, wat we aan mogen trekken. De kleur oranje, vernemen we later, staat o.a. voor vitaliteit en energie. Het heeft een belangrijke betekenis binnen het gezin van Bart. 

Bart laat ons binnen en gaat verder met zijn telefoongesprek. Terwijl we plaatsnemen, blijft hij beschrijven wat hij ziet. Dan legt hij aan ons uit dat hij zijn vader aan de telefoon heeft. “Ik bel hem iedere avond. Hij kan zelf niet meer praten, daarom stel ik namens mijn vader een paar vragen. Wilt u hem antwoord geven?” Een mevrouw krijgt de telefoon aangereikt. “Wat ziet u nu?” luidt de vraag. De vrouw vertelt hoe de zaal eruit ziet en hoe zijn zoon op het toneel staat. Ik kom ook aan de beurt. Wanneer ik de telefoon pak, zie ik in de display ‘papa’ staan. Is er écht iemand aan de andere kant die mijn stem hoort?  

Niet lang daarna start de documentaire die Bart gemaakt heeft over zijn zieke, aan bed gekluisterde vader en het effect wat dat heeft op het gezin. Vader heeft een aaneenschakeling van medische problemen, waardoor hij o.a. van zuurstof afhankelijk is, regelmatig epileptische aanvallen heeft en weinig prikkels om zich heen kan verdragen. 

Moeder komt aan het woord en vertelt dat zij niet alleen ‘de vrouw van’ is, maar ook zijn moeder en mantelzorger. “Het beperkt mij. Maar dat bedoel ik niet negatief. Niemand begrijpt hoe het is. Zelfs niet als je het uitlegt.” De oudste broer vertelt geëmotioneerd dat hij het jammer vindt dat Bart zijn vader nooit gezond heeft meegemaakt. Hij, als oudste, kan zich nog herinneren dat vader werkte en met hem naar school fietste. 

We zien hoe Bart, gelegen naast zijn vader, met hem een liedje zingt. Hoe vader met veel geduld en moeite een kralenketting rijgt. We maken een epileptische aanval mee.  

Al zijn de beelden en uitspraken van gezinsleden confronterend, soms schrijnend, het wordt nergens ‘slachtofferig’ en dat maakt deze film zo mooi. Persoonlijker dan dit kan een documentaire niet worden. Ik krijg het gevoel dat ik hem kén, de vader die ondanks alles humor en zelfspot houdt. Aan het eind van de film rijdt hij in een elektrische rolstoel over een polderweg. We zien hem verdwijnen aan de horizon, zijn zoon achter hem aan rennend.  

“Heb ik hem écht daarnet aan de telefoon gehad?” vraag ik na afloop aan Bart. Ja, het was écht zijn vader. Fijn dat ik even met hem verbonden was.  

Hireth met ‘A dream of resistance’

Omdat ik een tijdlang heb nagepraat met Bart Huijser, kom ik te laat binnen bij de volgende voorstelling: een concert in een schuur aan het Agnietenpad. Buiten hoor ik al aangename klanken van zang en gitaar.  

Binnengekomen zie ik een zangeres en een gitarist met voor zich een aantal pedals, waarmeloopmachines worden bediend. Zo kan de zangeres een tweede stem met zichzelf zingen en worden bepaalde geluidseffecten toegevoegd. In de muziek wordt veel galm en echo gebruikt, terwijl de zang juist straight is. Dat geeft een bijzondere klankkleur. Ook de bijzondere Casio synthesizer gitaar draagt bij aan een eigen sound. 

De muziek is vooral heel sferisch. Niet alle nummers refereren aan de natuur, toch komen vooral beelden van bossen, weiden en zee bij mij op onder het luisteren. Hoewel ik gewoonlijk tekstgericht ben, hoor ik nu vooral klanken.  

Het woord ‘hireth’ betekent ‘heimwee’. Het heimweeverlangen naar het onbekende en het dromerige komen tot uiting in hun muziek. Als een welkom rustpunt in twee weken Delft Fringe Festival.  

FEE met ‘Onderweg’

Op de trap naar de workshopruimte van Royal Delft staan kleine bosjes veldbloemen en kaartjes met de tekst ‘Deze overtocht’. “Volg de bloemen en je vindt een bloem,” zegt de gastheer.

De belangstelling voor FEE is groot, want de hele trap staat vol. We komen in een vierkante ruimte, waar in het midden eveneens vaasjes met veldbloemen staan. Rondom zitten de musici: een keyboardspeler, een bassist, een percussionist, een gitarist en zangeres/gitarist Fee Reynaert. Het publiek vormt een haag om de musici heen. Deze opstelling voelt intiem en prettig aan.

Zo is ook het werk van FEE te typeren: intiem en prettig. Fee bedient zich van zang, rap, verschillende stijlen en ritmes om haar Nederlandstalige teksten over te brengen. De teksten zijn mooi. Poëtisch zonder zweverig te worden. Ze begint met een lied over een puur Nederlands onderwerp: fietsen. En dan met name het vluchten op de fiets, omdat je hoofd vol zit. “De zon verlicht mijn weg in de kou”.

Verder gaan de teksten over liefde, over een verbroken relatie, over het afscheid van haar moeder. Telkens geschreven in een mengeling van poëzie en nuchterheid. Het lied ‘Vlieg’ heeft een verrassend latin-ritme, waarin de percussionist een hoofdrol speelt. Hij is sowieso de smaakmaker in het geheel: het snufje peper in het toch al smakelijke gerecht.

Ik weet niet of deze musici al lang samen werken, maar zo klinkt het wél. Alles en iedereen is in harmonie met elkaar. Met de ondergaande zon die we vanuit het raam kunnen zien laat dit optreden op de laatste Fringe-avond een bijzonder fijn gevoel achter.