Jasper Smit | Ik heb een heel vies woord geleerd! (dat woord dat rijmt op stoep)

Vorig jaar zag ik een voorstelling voor volwassenen van Jasper Smit, waarbij ik me zeer geamuseerd had. Dit jaar is Jasper terug met een familievoorstelling, bedoeld voor kinderen van 4 tot 10 jaar.

Op de woonboot aan de Zuidergracht heeft zich een aantal mamma’s, pappa’s en kinderen verzameld. De meeste kinderen gaan vooraan zitten op een lange houten bank. Een paar jongetjes hangen relaxt op de bank. “Laten we maar beginnen,” stelt Jasper voor. “Het is eigenlijk heel simpel: ik schrijf liedjes en die ga ik voor jullie spelen.”

Hij neemt plaats achter een keyboard en begint met de titelsong van zijn voorstelling: “Ik heb een heel vies woord geleerd. Dat woord dat rijmt op stoep.” Een paar kinderen beginnen al te giechelen, want wat rijmt er nou zo lekker op stoep? Poep, natuurlijk! En wat rijmt er op “mond”? Her en der vullen de kinderen de rijmwoorden in. Het ijs is meteen gebroken.

En over ijs gesproken… “Ik ga nu een liedje zingen over iets waar íedereen van houdt,” kondigt Jasper aan. De kinderen mogen raden, maar niemand raadt het goed. “Iedereen, ook volwassenen, houden van perenijsjes,” verklapt Jasper, want in perenijsjes zitten dingen die we keihard nodig hebben: peren, ijs en… “een stokje!” roept een jongetje.

Om Jaspers zielige liedje over een jongetje dat jarig is en geen bezoek krijgt van z’n pappa moeten een paar kinderen wel een beetje huilen. Maar daarna volgt een lekkere meezinger, die Jasper eigenlijk voor “Kinderen voor Kinderen” had bedoeld. Zijn liedje werd echter niet uitgekozen en nu zingt hij het “uit wraak” in zijn eigen voorstelling. Het gaat over het woordje “nee” en een kind dat niet met de groep mee wil lopen. Met z’n allen zijn we het Kinderen voor Kinderen-koor en roepen heel hard “nee!”

Jaspers liedje over een meisje dat leert fietsen valt ook in de smaak bij de kids. Vooral vanwege de gekke stemmetjes die erin voor komen. Eén van de jochies op de bank verbergt gierend zijn gezicht in een kussen.

Dan is het alweer tijd voor het laatste liedje met de titel “Ik ken een heel gek dansje”. Jasper demonstreert het dansje eerst zelf en dan moeten de pappa’s eraan geloven. En daarna, eerlijk is eerlijk, de mamma’s. Als laatste mogen de kinderen dansen met hun armen omhoog en wiebelende billen en dan als apotheose, met z’n allen.

Jasper Smit kruipt in deze voorstelling in de huid van een kind en laat zijn speelse fantasie de vrije loop. De kinderen vinden hem top. En de ouders hebben zich vermaakt omdat hun kinderen het naar de zin hadden.

De Gestampte Meisjes | BALLEN

Op het podium van het Rietveld Theater zijn drie meiden enorm aan het klunzen met een bouwpakket. Het moet een ladenkast worden, maar het lijkt nergens naar. Een paar mannen in het publiek worden al onrustig. Hun handen jeuken om te helpen. “Ze moeten eerst de kast in elkaar zetten en dan pas de la erin,” hoor ik een man tegen zijn vrouw zeggen.

Terwijl de meiden naar voren komen en een reeks mannelijke eigenschappen opnoemen, stort het kastje in elkaar. “Dit is een ode aan jóu,” zegt één van hen en wijst een man in het publiek aan. “en aan jou, en jou, en jou,” alle mannen worden aangewezen. Een ode aan de man, dus. Want zonder mannen zijn vrouwen hulpeloos!

Wie van de vrouwen doet bijvoorbeeld haar eigen belastingaangifte? Er gaat slechts een klein aantal handen omhoog. Wie van de vrouwen heeft weleens laminaat gelegd, een router aangesloten of een toner vervangen? “Een toner?” zegt één van de meiden. “Is dat hetzelfde als een cartridge?” Met z’n drieën doen ze een verleidelijke domme-blondjes-dans. Ze kronkelen over de vloer en trekken pruillipjes.

Uit het in elkaar gestorte kastje halen ze vervolgens bruidsjurken tevoorschijn. Ach ja, ten huwelijk gevraagd worden en trouwen dat is toch iets waar elke vrouw van droomt? Eén van de meiden ziet al voor zich hoe ze op haar droombruiloft aan de arm van haar vader naar het altaar loopt. De ander fantaseert over de romantische manier waarop haar vriend haar ten huwelijk vraagt. Nummer drie is nogal tobberig aangelegd. “Wat als ik de ware niet kan vinden? Of als hij niet wil trouwen? Of geen kinderen wil? Of al kinderen heeft?”

Misschien is het toch beter om onafhankelijk te zijn. Een sterke vrouw, die geen man nodig heeft. Zo geweldig zijn mannen trouwens niet. Eén voor één spugen de dames (letterlijk!) op alle foute mannen in hun leven. Handtastelijke mannen, mannen die nooit meer terugbellen nadat ze met je naar bed zijn geweest, mannen die je uitschelden voor “hoer”, mannen die op een date hun vier vrienden meenemen, maar niet hun portemonnee. Dat soort mannen verdienen een fluim!

Om hun fluimen nog meer kracht bij te zetten, pakken de meiden een paar walnoten waar ze vervolgens suggestief mee spelen. Daarna worden de noten met een notenkraker verpulverd. Dat is nog eens een statement! Al snel daarna beginnen de meiden druk te redderen met bezems en dweilen om de boel op te ruimen, terwijl ze zich verontschuldigen voor hun gedrag: “Sorry dat we altijd zo dramatisch doen.” “Sorry dat we altijd willen praten als jij naar je favoriete serie zit te kijken.” “Sorry dat we alle aanbiedingen als koopjes zien.”

Van achter de coulissen halen ze drie microfoons vandaan en zingen een mierzoete R&B-ballad. Daarmee wordt de “ode aan de man” beëindigd.

“BALLEN” zit bijzonder goed in elkaar en is een mengeling van spel, beweging en zang. De dans is op een natuurlijke manier in het verhaal verwerkt. “BALLEN” is gedurfd, sprankelend, ontwapenend en zit vol zelfspot. De meiden zijn op een positieve manier schaamteloos. Ze vormen een verfrissende wervelwind op het podium.

Maaike Siegerist, keyboard: Jonni Slater | Born before the wind

In het knusse bovenzaaltje van Bierhuis de Klomp komen de intieme voorstellingen van singer/songwriters goed tot hun recht. Zo ook het programma van Maaike Siegerist en haar keyboard begeleider Jonni Slater.

Van haar nieuwe album “Born before the wind” speelt en zingt Maaike een aantal nummers over wat haar persoonlijk bezighoudt.

Toen zij in China woonde, kreeg ze over een kleine ramp te horen. Het waterpeil in de Yangtze stijgt steeds meer. Mensen die langs de oever wonen, worden gedwongen te verhuizen vanwege overstromingsgevaar. Maaike bezingt die situatie, gezien door de ogen van een boer, in het liedje “The river is rising”.

Maaike heeft een heldere, hoge stem, waarmee ze het publiek al snel voor zich wint. Ze neemt ons mee op reis, want Maaike heeft her en der gewoond. Als reislustig (en wellicht rusteloos) persoon, krijg je soms te maken met een lange afstandsrelatie, zoals ze beschrijft in “Disconnected”. Het is moeilijk een relatie levend te houden als je gescheiden levens leidt.

In een liefelijk walstempo schildert Maaike het portret van een vrouwelijke professor die zij in Engeland leerde kennen. Een eenzame vrouw in een huis vol boeken. Een vrouw waar de studenten bang voor zijn. “A fine line between brilliance and insanity”.

Via een mooie beschrijving van een Soviet hotel, waar de vergane glorie hoogtijd viert, belanden we aan bij Maaikes laatste nummer: “A place for the heart”. Het is een mooi, verstild liedje dat in de verte aan Sting doet denken.

Het publiek laat Maaike niet gaan zonder toegift. Dat wordt “Mas que nada”, “omdat mijn vader mij gebrainwasht heeft”, voegt Maaike er lachend aan toe.

Eva Nagel | Oploskoffie

In molen De Roos vertelt Eva Nagel het verhaal van haar zus, die zelfmoord heeft gepleegd, en haar eigen worsteling met los laten. Ik wil er niet teveel woorden aan wijden, want Eva vertelt het verhaal zelf het beste.

Het begint op het moment dat Eva te horen krijgt dat haar zus dood is. Ze kan het niet geloven. Zelfs wanneer ze haar zus op bed ziet liggen, met de striemen in haar hals, gelooft ze dat ze haar ziet ademen.

Ongeloof, ontkenning, kwaadheid, maar vooral een enorm schuldgevoel overspoelen haar. Telefoontjes en voicemailberichten laat ze onbeantwoord. Ze wil niet meer naar buiten. Niet meer onder de mensen, die zullen vragen: “Hoe gaat het nou met je?” “Heb je het al een plekje kunnen geven?” Of mensen die botweg zeggen: “Maar je hebt toch nóg een zus?”

Eva heeft het niet aan zien komen. De vraag “had ik maar…” heeft geen enkele zin. “Je kunt het niet oplossen,” zegt haar gitarist nuchter, vanuit zijn hoekje op het podium. Dat is waar, maar het wil er bij Eva niet in. Het is háár schuld. Zij had met haar zus mee moeten gaan naar zee. Maar ze zegde af, want ze voelde zich niet lekker. Vervolgens ging ze later op de dag wél met een vriendin naar zee en dat knaagt aan haar.

Wanneer haar moeder vraagt of ze meegaat naar zee, weigert ze keer op keer. Tot op die ene dag. “Ik laat je los,” zingt Eva. “Het leven roept.”

Wat een openhartige, eerlijke, rauwe en ook hoopvolle voorstelling heeft Eva Nagel gemaakt. Als monument voor een gestorven zus.

The Dancing Camera | Share

Ik dacht naar Esmay Usmany te gaan, doch haar voorstelling is helaas afgelast. Haar plaats bij Pleck wordt ingenomen door dansgroep The Dancing Camera en hun interactieve voorstelling.

Voor aanvang krijgen de toeschouwers een flyer waarop staat hoe we kunnen inloggen via #alleenkijkeniszó2016. Door opdrachten in te typen mogen we allemaal choreograaf zijn en meebepalen hoe de dansers dansen.

Het zit stampvol bij Pleck en de drie dansers (twee mannen en een vrouw) hebben slechts een beperkte ruimte om zich te kunnen bewegen. Die ruimte moet ook nog gedeeld worden met een tafel en drie stoelen. Op de muur worden Facebook pagina’s geprojecteerd. De dansers gaan helemaal in zichzelf op. Ze zijn alleen maar bezig met hun telefoons, staren naar de display en maken voortdurend selfies.

Er ontstaat een stoelendans tussen één van de dansers en de danseres. Terwijl ze geërgerd de stoelen verplaatsen en rond de tafel dansen, blijven ze bezig met hun telefoons.

Inmiddels verschijnen de eerste verzoekjes van toeschouwers op de muur: “salsa”, “Beyoncé”, “zwoele moves”. De dansers voeren de opdrachten uit, al is het voor mij (als dansleek) moeilijk te zien welke dans ze doen. Ok, die salsa herken ik wel en Beyoncé haal ik er ook wel uit. Maar “zwoele moves”? Het is maar net wat je onder zwoel verstaat.

Na afloop praat ik na met één van de dansers. “Voeren jullie de opdrachten op volgorde uit?” vraag ik aan hem.

“We deden het in willekeurige volgorde. Soms doen we het ook op volgorde van binnenkomst. We zoeken nog naar een vorm. Soms krijgen we opdrachten waar we niets mee kunnen, zoals “The Back Street Boys”. Hoe moet je dat laten zien? Zo?” Hij neemt een pose aan met een denkbeeldige microfoon in zijn hand.

Het lijkt mij lastig om sommige dansstijlen in de muziek in te passen, want de muziek verandert niet mee. Stel dat iemand om een walsje vraagt. Dat is een uitdaging die deze dansers graag aannemen.

De voorstelling werpt een interessante vraag op. Kies je ervoor om alleen te kijken? Of kies je ervoor om je telefoon te pakken en een opdracht te geven? Bij de laatste optie verlies je de dansers uit het oog en gaat een deel van de choreografie aan je voorbij. Oftewel: ben je bezig met de digitale of de werkelijke wereld?

Jamie de Groot | Urban Castaway

In het Prinsenkwartier is een grote ruimte vrijgemaakt voor de dansgroep van choreograaf Jamie de Groot. De stoelen voor het publiek staan langs de muren opgesteld en de dansers hebben een brede catwalk tot hun beschikking. Daar maken ze optimaal gebruik van.

De dansers (twee vrouwen, een man) staan opgesteld aan het uiteinde van de zaal, van achteren uitgelicht door een paar felle spots. Een robotstem noemt hen “player one, two and three”. De stem vertelt wat er van hen verwacht wordt: “act nice”.

Met een nep glimlach op het gezicht wringen de dansers zich in bochten om maar aardig en aangepast te zijn. Soms wordt één van de dansers buitengesloten. Uiteindelijk blijven ze toch bij elkaar in de buurt. Door de robotstem worden ze tot de orde geroepen: neem je positie aan. Vervolgens eist de robotstem dat ze fris en fit zijn.

De dansers putten zich uit in eindeloze (gestileerde) fitnessoefeningen en trainingen. Soms met lachwekkende bewegingen.

Als laatste wordt geëist: “work to be the best”. Het is een genadeloze strijd. Slecht één “player” slaagt. Voor de andere twee is het game over.

“Urban Castaway” is een prachtig vormgegeven dansvoorstelling over de harde eisen die de maatschappij aan ons (en misschien met name aan jonge mensen) stelt. Wat gebeurt er met degenen die niet aan de eisen voldoen? Dat mogen we voor onszelf invullen.

Door Marie-Jet Eckebus